nl

Molenstraat 10, 5113 GG Ulicoten

Mijn Theeuwes
Mais en zijn zetmeel verteerbaarheid

Mais en zijn zetmeel verteerbaarheid

3 oktober 2019 Victor Theeuwes
Maïs is een belangrijke grondstof in varkensvoer. Het smakelijke graan is rijk aan zetmeel en energie. Bij onze premix toeleverancier duiken regelmatig vragen op omtrent de verteerbaarheid van dat zetmeel. Daarop is besloten om de actuele voederwaardering van maïs nog eens tegen het licht te houden.

Wanneer er hoge inclusies maïs opgenomen worden in voeders, is het belangrijk om een juiste energiewaardering toe te kennen. Omdat de energiewaarde vooral bepaald wordt door het zetmeelgehalte - in feite door het enzymatisch verteerbaar zetmeelgehalte – is het van belang om een goed beeld van de zetmeelsamenstelling te krijgen.

 

Er is besloten om een screening te laten doen waarbij een 30-tal monsters droge maïs uitgebreid werden onderzocht op de componenten die bepalend zijn voor de voederwaardering. De monsters waren afkomstig uit Oekraïne, Brazilië, Frankrijk en België.

De Weende analyse leverde zoals verwacht weinig verrassingen op: Oekraïense en Braziliaanse maïs lieten numeriek de hoogste zetmeelgehalten noteren (gemiddeld > 64%), terwijl de andere parameters amper of niet verschilden tussen de herkomsten.

 

Zetmeelafbreekbaarheid

De mate waarin het zetmeel enzymatisch verteerbaar is voor dieren, kan in het labo niet worden bepaald: daarvoor is in feite in vivo verteringsonderzoek vereist. Omdat dit vanzelfsprekend erg tijdrovend, complex en duur is, zijn in wetenschappelijke kringen methoden ontwikkeld om de zetmeelafbreekbaarheid te schatten aan de hand van in vitro onderzoek. DSM werkt hiervoor nauw samen met Englyst Laboratories in de UK.

 

Bij het in vitro onderzoek wordt het zetmeel gehydrolyseerd en waarbij er 3 fracties worden onderscheiden:

 

  • RDS: rapidly digestible starch (snel afbreekbaar zetmeel)
  • SDS: slowly digestible starch (traag afbreekbaar zetmeel)
  • RS: resistant starch (resistent zetmeel)

 

Rauw aardappelzetmeel bestaat voor ongeveer 75% uit resistent zetmeel (RS). Wij weten dat rauw, natief zetmeel nagenoeg niet enzymatisch verteerbaar is voor varkens. Dat doet vermoeden dat het RS een maat is voor het zetmeel dat niet enzymatisch verteerd wordt, maar in de dikke darm gefermenteerd wordt. Daardoor wordt het RS ook als een soort oplosbare voedingsvezel beschouwd. Na het koken van rauwe aardappelen wordt bijna geen RS meer geanalyseerd. Het zetmeel is dan voor eenmagigen goed verteerbaar geworden.

 

Uit onderzoek is bekend dat het aandeel RS in tarwe en gerst bijzonder laag is: 1- 3 % van het zetmeelgehalte. Maar bij maïs is dat anders: daar bedraagt het aandeel RS ongeveer 10 - 20% van het totale zetmeelgehalte: niet verwaarloosbaar dus! De fractie snel afbreekbaar zetmeel (RDS) is procentueel ook lager bij maïs dan bij tarwe en gerst.

 

Dat er duidelijke verschillen bestaan in de zetmeelafbreekbaarheid van verschillende voedermiddelen, bevestigt het vermoeden dat het ene zetmeel het andere niet is. Dat heeft onder meer te maken met het type zetmeel: hoe hoger de verhouding amylose / amylopectine in zetmeel, hoe hoger de RS fractie. En die verhouding verschilt tussen granensoorten onderling.

Maar ook een technologische hittebehandeling van het voer (pelleteren, expanderen...) heeft invloed op de zetmeelafbreekbaarheid. Zo toonde onderzoek aan dat het expanderen van mengvoer de fractie RS duidelijk verlaagt. Er kan daardoor worden aangenomen dat meelvoer méér Resistent Zetmeel bevat dan voeder dat een verhittingsstap heeft ondergaan.

 

Verschillen tussen maïs herkomsten?

De 30 monsters droge maïs, werden eveneens geanalyseerd op de in vitro zetmeelafbreekbaarheid. Maïs van Braziliaanse herkomst noteerde procentueel de hoogste RS fractie (gemiddeld 20% van het geanalyseerd zetmeelgehalte). Franse en Oekraïense maïs bevatten gemiddeld 16-17% RS. De laagste fractie resistent zetmeel werd geanalyseerd in de inlandse maïs, maar vermits het in dat laatste geval slechts om een drietal monsters ging, moeten we voorzichtig zijn met conclusies.

 

Effect op voederwaardering en darmgezondheid

Bij de energiewaardering van maïs wordt algemeen aangenomen dat het zetmeel voor nagenoeg 100% enzymatisch verteerbaar is ter hoogte van de dunne darm, ongeacht de herkomst.

 

In de 30 maïsmonsters is ook de NSP-fractie en de NSP-oplosbaarheid onderzocht. Daarbij werd geen verband aangetoond met de herkomst van de maïs. De verschillen zitten dus met name in de zetmeelafbreekbaarheid.

 

Over de mate waarin resistent zetmeel al dan niet nadelig is voor varkens, geraken de geleerden het voorlopig niet eens. Ook de mate waarin de in vitro bepaling een goede maatstaf is voor het in vivo verteringsproces, blijft vatbaar voor discussie. Wat de in vitro test alvast wél laat zien, is dat niet alle zetmeel gelijk is en ook niet even makkelijk afbreekbaar is als soms wordt aangenomen.

 

Bij jonge dieren gaan we ervan uit dat de fermentatie van zetmeel in de dikke darm eerder nadelig is, zowel op gebied van energiewaardering als op gebied van darmviscositeit en -gezondheid. Maar bij varkens lijken de potentiële nadelen van resistent zetmeel op het eerste gezicht minder uitgesproken, doch die er wel kunnen zijn voor varkens in bepaalde omstandigheden. Voorzichtigheid omtrent de hoeveelheid (gemalen) maïs in relatie tot de (darm)gezondheid is aan te raden.

Tags: Mais zetmeel Theeuwes Mengvoeders
" Blijf op de hoogte met onze pers en mail! "