Geiten Pers- & Mail

Voeding rondom aflammeren

Aan het einde van de dracht en het begin van de lactatie moeten hoogproductieve melkgeiten grote hoeveelheden lichaamsvet mobiliseren om in hun sterk stijgende energiebehoefte te kunnen voorzien. Het risico op  slepende  melkziekte en “leververvetting”  wordt daarmee een stuk groter (met name aan het einde van de dracht).  Dit heeft vaak als gevolg dat de geiten in een negatieve spiraal terecht komen, van mindere vitaliteit, minder eetlust. Daardoor ontsporen ze en betekent dit ook vaak sterfte. Om dit risico te verminderen is het belangrijk om te zorgen dat de geiten goed in beweging blijven en geconcentreerd gevoerd worden. Om dit alles extra te ondersteunen is het raadzaam om propyleenglycol, choline, niacine  en vitaminen/mineralen bij te voeren.
Propyleenglycol zorgt ervoor dat de geiten vitaal blijven, waardoor ze meer energie opnemen, met als gevolg dat er minder vet gemobiliseerd wordt.
Choline en niacine zorgen er met name voor dat het vet wat gemobiliseerd wordt niet ophoopt in de lever, zodat er minder kans is op leververvetting.
Vitaminen en mineralen zijn uitermate belangrijk omdat de behoefte groter wordt rond het lammeren, maar de totale voeropname loopt daarentegen terug.

Voermanagement tijdens de lactatie

De tweede helft van de lactatie moet het rantsoen van melkgeiten erop gericht zijn om de productie voldoende te ondersteunen, maar vervetting te voorkomen.
Rondom aflammeren is toepassing van ondersteunende middelen zoals propyleenglycol, choline en niacine mogelijk. Dit kan op verschillende manieren. Wilbert Smulders en Emiel van Haaren kunnen hierover u van advies voorzien. Zij kunnen ook meer vertellen over dosering, kosten, etc. van deze toevoegingen aan het rantsoen. Deze hulpmiddelen zijn aan de brok toe te voegen, maar kunnen ook d.m.v. likstenen of als enkelvoudige toevoeging bijgevoerd worden.

Tips voor de periode rondom het aflammeren

  1. In de geitenhouderij wordt propyleenglycol op veel bedrijven preventief ingezet om slepende melkziekte te voorkomen.
  2. In bepaalde risicokoppels kan toediening van beschermd choline chloride vanaf vier weken voor aflammeren tot ongeveer 3 weken na aflammeren overwogen worden.
  3. Voor niacine kan een wat langere periode van 4 weken voor tot 6-8 weken na het aflammeren zinvol zijn voor hoogdrachtige en hooproductieve melkgeiten.
  4. Stress (voederovergangen, uitmesten, bloed tappen) moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
  5. Beweging tijdens de droogstand (vaker voeren en tweemaal daags door de melkstal laten lopen) houdt de dieren fit.
  6. Laatste maand van de droogstand en begin lactatie is het goed om een zetmeelrijk rantsoen te voeren, dit wordt omgezet in glucose.
  7. De krachtvoeropname moet op het moment van lammeren minimaal 1,0 kg zijn. De totale D.S.-opname moet dan nog tussen de 1,5-2,0 kg liggen.

Tips voor een goede opfok

Een goede start is absoluut noodzakelijk om een duurzame en goed producerende geitenstapel te ontwikkelen. Lammetjes die tijdens de opfok bijvoorbeeld longproblemen krijgen, zullen slechts bij uitzondering een flink aantal jaren achter elkaar probleemloos produceren.
Vooral bij grote aantallen dieren, vergt een goede opfok absoluut het uiterste van de geitenhouder.
Tips voor een succesvolle opfok:

  • Lammeren die tijdens de melkperiode niet goed groeien, mest die af tot 9-10 kg.
  • Speen lammeren niet te vroeg. Ideaal is tussen de 12-14 kg LG. De kosten die bespaart lijken door een lager melkpoederverbruik, worden bij te vroeg spenen teniet gedaan door de gevolgen van speenstress.
  • Huisvest de lammeren in groepen van gelijk lichaamsgewicht (maximale variatie 5 kg).
  • Weeg de lammeren regelmatig om de groei te controleren. Bij een goede opfok moet een lam op 6 maanden 32 kg wegen.

Planning wintermelk: Begin op tijd!

Als er eind oktober en begin november weer verse melkgeiten moeten zijn voor de wintermelk, dan moeten de voorbereidingen hiervoor in de maand mei starten.
Tips:

  • Geef geiten die gedekt moeten worden vanaf een maand voor dekken extra vitaminen en mineralenblokken (geitenblok) ter beschikking.
  • Als met een lichtregime gewerkt wordt, lees dan het protocol nog eens zorgvuldig door.
  • Scan de geiten op tijd, zodat de schijndrachtige geiten ook nog op tijd een tweede keer behandeld kunnen worden.
  • Bepaal zorgvuldig welke geiten gedekt moeten worden.
  • Zorg voor voldoende goed dekkende en bevruchtende bokken (optimale verhouding bok:geiten = 1:15). Laat zonodig sperma controleren!
  • Maak een bewuste keuze tussen: natuurlijke dekking, kunstmatige inseminatie met diepvries danwel vers sperma.
  • Plan eventuele kunstmatige inseminatie (synchronisatie, inseminator en bestelling sperma) zorgvuldig en op tijd.

Melkgehaltes in de zomer

De melkeiwit : melkvet verhouding hoort ongeveer 0,85 te zijn. Hogere waarden kunnen duiden op problemen met het vetgehalte. Lagere waarden kunnen duiden op problemen met het eiwitgehalte door een teveel aan vet of te weinig totaal of bestendig eiwit in het rantsoen. Tijdens warme dagen dreigt de voeropname te dalen. Ook de gehaltes in de melk dalen dan vaak. Verwacht een verlaging van de opname droge stof met ruim 3% voor iedere graad stijging in temperatuur boven de 24 graden Celsius. Geiten krijgen last van hittestress als de temperatuur boven de 24 graden komt, of wanneer de relatieve luchtvochtigheid stijgt boven 80%.
Voer tijdens heet weer tenminste 60% van het rantsoen ‘s nachts. Om het vetgehalte te handhaven tijdens de hitte van de zomer moet je het vreten aanmoedigen door ruwvoer op de voergoot vers te houden en meer in de avonduren te voeren. Ook meerdere keren per dag voeren heeft een gunstig effect op de voeropname.

Scannen op dracht?

Scannen is een waardevolle techniek om in een vroeg stadium een dracht vast te stellen.
Nog belangrijker is het om schijndracht in een vroeg stadium vast te stellen en te behandelen. In een vroeg stadium vaststellen van schijndracht beperkt de productiederving. De beste momenten om te scannen zijn twee weken voor een dek- of inseminatieperiode en 40 dagen nadat de bok uit de koppel is gehaald. Als niet bij alle geiten een bok gelopen heeft, dan moeten ook de niet gedekte geiten gescand worden. Juist in deze groepen komt vaak veel schijndracht voor. Veel schijndracht in de doormelkgroep is geen uitzondering. Tientallen procenten schijndracht is mogelijk als bokken in de aangrenzende groep aan het dekken zijn. Door dieren buiten het normale seizoen te dekken of te insemineren neemt de kans op schijndracht toe. Dergelijke geiten beslist tweemaal behandelen (met 14 dagen tussentijd) met prostaglandines, omdat anders teveel geiten nogmaals schijndrachtig worden. 

Aankopen van dekbokken

Bij de aankoop van dekbokken werd eigenlijk altijd alleen naar de melklijst van de moeder van de bok gekeken. Dit systeem van selectie is verouderd. Bokken uit goede melkgeiten zijn lang niet altijd goede verervers. ELDA laat door het NRS de genetische fokwaarden berekenen. Veel geitenhouders weten echter nog niet goed hoe ze de nieuw beschikbare informatie moeten interpreteren. Op dit moment zijn voor zowel de geiten als voor bokken genetische fokwaarden beschikbaar. Bokken uitzoeken voor de fokkerij wordt hierdoor meer fokken en minder gokken. Bokken die aangekocht worden voor de fokkerij moeten komen uit een geit en een bok die beiden een bewezen positieve vererving (lees positieve genetische fokwaarde) hebben. Let bij de fokwaarden ook vooral op de betrouwbaarheid die er bij vermeld wordt. Een combinatie van een hoge fokwaarde met een hoge betrouwbaarheid geeft de beste garantie voor een goed fokresultaat.

Maatregelen tegen hittestress

Bij warm weer neemt de voeropname af en daarmee is het moeilijk om de produktie en gehalten op pijl te houden. Om de schade zoveel mogelijk te beperken is het raadzaam om de volgende maatregelen te nemen:

  • Zorg voor voldoende voersnelheid van de ruwvoederkuilen.
  • Voer meerdere malen per dag om het voer zo fris mogelijk te houden.
  • Zorg dat er vooral ’s nachts voldoende voer opgenomen kan worden.
  • Voer extra zout bij i.v.m. vochtverlies door zweten.
  • Zet sproeiers op het dak (dit geeft veel minder warmte-instraling).
  • Plaats ventilators in de stal.
  • Zorg vooral dat er voldoende schoon en fris drinkwater beschikbaar is.

Dekmanagement

Door de geiten in dekgroepen te verdelen kan men het gehele jaar door melken.

Geiten om te dekken
Om een gezonde (CAE- en paravrije) veestapel op aantal te houden moeten jaarlijks de 35% beste geiten geselecteerd worden voor de volgende generatie geiten. Deze groep geiten kan het beste voor maart aflammeren. De lammeren kunnen dan namelijk ook weer binnen 12 maanden aan de melk zijn. Het is van belang de aflamperiode van deze groep geiten kort te houden. Laat de bok niet langer dan 6 weken bij de geiten. Dit waarborgt een geslaagde opfok. De leeftijdsverschillen zijn dan minimaal en deze jonge geiten kunnen binnen een jaar gelijk met de beste geiten aflammeren.

Geiten om door te melken (deze worden niet gedekt in de wintermaanden)
Deze groep geiten bestaat uit geiten die niet speciaal geselecteerd zijn voor de volgende generatie maar die nog wel hoogproduktief zijn in de maand augustus. Eerste jaars geiten die eind augustus nog meer dan 2,5 liter en oudere geiten die nog meer dan 3 liter geven zijn in principe geschikt om door te melken.

Melken van licht

In het algemeen wordt weinig rekening gehouden met de effecten van licht op de geit. De huidige verlichtingsnormen zijn vooral gericht op een goed werkklimaat voor de geitenhouder. Een "lichtregime" is de wijze waarop geitenhouders hun melkgeiten blootstellen aan lichtkleur, lichtintensiteit en vooral lichtduur. Duidelijk is dat licht de hormoonhuishouding van de geit beïnvloedt. Bij lange dagen daalt de concentratie van het hormoon melatonine in het bloed; daarmee stijgt de bloedserumconcentratie van een stofwisselingshormoon. Deze hormoonprikkel lijkt verantwoordelijk voor een aantal veranderingen in dierprestaties.

Wanneer opfokgeiten worden blootgesteld aan een lichtregime van 16L:8D groeien deze lammeren sneller ten opzichte van lammeren die worden blootgesteld aan natuurlijke daglengten. Verlenging van de natuurlijke lichtperiode tot 16L:8D geeft een hogere melkproductie van 6 tot 15%. Deze stijging in melkproductie wordt hormonaal gestuurd en wordt gevolgd door een stijging in voeropname; de voeropname is dus niet de oorzaak van deze melkproductiestijging. De hogere melkproductie wordt gerealiseerd door een hogere dagproductie, in combinatie met een betere persistentie.

Tijdens de dagperiode moet de lichtintensiteit ten minste 200 lux zijn. (van 2 tot 10 watt neonlicht/m2). Het toepassen van het lichtprotocol moet gerechtvaardigd zijn door economische en technische argumenten.

Kunstmatige inseminatie en lichtregime

Kunstmatige inseminatie en een lichtregime of protocol vullen elkaar aan. Deze technieken optimaliseren de planning van de voortplanting buiten de natuurlijke periode. Het lichtprotocol wekt voortplantingscycli bij geiten op. Het vervangt niet het hormonale protocol dat bronst opwekt voor KI.

Voorwaarden:
Gebruik de combinatie van het lichtprotocol en kunstmatige inseminatie bij geiten die het voorafgaande jaar een normale voortplanting hadden. Vervroeg de periode van voortplanting met niet meer dan 2 cycli.

Protocol: 

Dag -90 tot -75Beginnen met additionele verlichting: 'lange dagen'. Doe het licht aan van 6 tot 9 uur 's ochtends en van 10 tot 12 uur 's avonds. Lichthoeveelheid: 200 Lux.
Dag 0Stoppen met extra verlichten afhankelijk van de datum: ‘korte dagen’
1: Indien de lange dagen eindigen voor 15 maart: korte dagen = natuurlijke dagen.
2: Indien de lange dagen eindigen na 15 maart: 16 uur per dag verduisteren.
Dag 27Spons inbrengen
Inseminatieprotocol-ECG: 100 IE minder dan het klassieke protocol.
Dag 40Inseminatie
Dag 61Bok bij de geïnsemineerde geiten laten. Niet drachtige geiten zullen opnieuw bronstig worden. De bok moet seksueel actief zijn. Denk eraan het lichtprotocol ook bij de bok toe te passen.